Coaching

Gemis dat niet meer oplost.

Ik lees veel om me te blijven ontwikkelen op het gebied van verliesverwerking. Een opmerking die ik in een aantal interviews tegenkwam in de afgelopen periode van achterblijvende ouders was: “Nooit kun je je trots zijn over de kinderen met hem of haar delen”. Het is een thema dat in je leven altijd blijft terugkomen.

Emoties die opvlammen

Die zin kwam na al die jaren toch nog even binnen. Natuurlijk zijn er in de afgelopen 19 jaren al duizenden dingen geweest met de kinderen die ik niet heb kunnen delen met mijn partner/hun vader, maar als je je er dan even weer van bewust bent, voel je het verdriet erover. Zelfs na zoveel jaren.

Advertentie

Volgens mij gaat het dan over onvoorwaardelijke liefde. Dat is in mijn beleving de liefde die ouders voor kinderen hebben. Grootouders hebben natuurlijk ook veel liefde voor hun kleinkind, maar voor hen is het niet hun eigen kind. Het kind van je kinderen heeft kenmerken van jou en je familie én ook van de familie van de partner. Soms begrijp je die wellicht niet….

De eerste keer

De eerste keer kan ik me nog goed herinneren. De oudste was elf toen haar vader overleed en ze zat in de laatste groep van de basisschool. De schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs hadden we nog met haar vader geregeld, maar tijdens de schoolmusical als afscheid van groep 8 en de basisschool stond ik alleen te kijken. In die tijd vond ik het belangrijk om sterk te zijn en dat was ik. Van binnen vlogen de gevoelens van hot naar her en kon ik wel janken, maar van buiten kon ik netjes lachen en applaudisseren. Wat miste ik Ben. Wat miste ik het dat je tussen al die mensen even elkaar kunt aankijken, glimlachen en weten dat je allebei jullie kind het leukste van de wereld vind. Wat voelde ik me alleen en in een onnatuurlijke staat. Wie was ik als achtergebleven ouder? Op speciale gelegenheden waren we altijd samen of ik kon zeggen dat hij moest werken of zo. Natuurlijk was de hele familie mee zij waren er echt voor ons. Ze waren ook oprecht trots op het oudste kleinkind. Ik kon destijds niet bedenken, dat het deze gebeurtenissen, het doorleven van gemis en verdriet ook zorgen voor persoonlijke groei.

Groei, hoezo?

Als er iemand komt te overlijden dan is persoonlijke groei het laatste waar je aan denkt, dat je van zo’n groot verlies kunt groeien. Ik denk dat als iemand dat het eerste jaar tegen me had gezegd, ik hem of haar een klap had kunnen verkopen. Toch kwam ik er al snel achter dat ik tot veel meer dingen in staat was, dan ik ooit had durven denken. Het begon al tijdens de crematie; voor een zaal met zeker 600 mensen heb ik op het podium gestaan om hen te bedanken. Toen ik daar stond, deed ik het voor Ben, maar als iemand me voor zijn dood had gevraagd of ik het kon, had ik zeker gezegd dat ik het nooit zou durven.

Advertentie

Mijn belangrijkste doel was dat verdriet niet in mij gestold mocht blijven. Daarmee bedoel ik dat het verdriet geen bal in mijn buik mocht worden, waardoor ik gehinderd zou worden in mijn dagelijkse leven. Het verdriet hoeft ook niet te verdwijnen, daarvoor was het leven met Ben te belangrijk en ons gezin (de kinderen) te waardevol. Dat diepe verdriet was er alleen maar omdat we het zo goed hadden gehad samen. Ik blijf altijd bezig het verdriet te integreren in mijn leven.

Hoe kom je tot groei?

Dat leggen Anja Jongkind en Greet Vonk heel mooi uit in hun boek “Gelukkig door ont-dekken”. Shit kan activeren. Als er veel ellende plaatsvindt, is dat zeer indringend. Je voelt je dan akelig en vaak

ook wel slachtoffer van de omstandigheden. Echter: je kunt door ellende in je leven gemotiveerd en geactiveerd raken om jezelf te zoeken en je rommel op te ruimen. Je hoeft niet eens te weten waar je moet zoeken. Het komt vanzelf.

Advertentie

Disclaimer

En nogmaals, dit verzin je niet direct na een overlijden. Dan zijn er hele andere dingen te doen. Toch vind ik het fijn te ervaren dat Ben’s dood ook iets gebracht heeft.

Tekst: Gerda Hagenauw. Geplaatst 21-01-2021

Advertentie

Advertentie