Terug
In memoriam

Willem Corbier, de man die hele cafés op een bierviltje schetste. Hij werd 77 jaar

Tafels, lambriseringen, barren, kasten. Willem Corbier bedacht en maakte ze. In tientallen horecazaken in het Noorden is zijn meubelmakershand te herkennen. De geboren vakman stierf in november.

Was Willem op Ameland om de nieuwe inrichting in een café in te passen, dan duurde het maar even of alle horecaondernemers van het eiland wisten dat hij er was. Zijn stampvolle bestelbus plus aanhanger vielen op en trokken bekijks. ,,Hé Willem’’, klonk het dan van alle kanten. ,,Kun je ook even bij mij in de zaak komen?’’

Willem is Willem Corbier, die Wim Corbier was voor zijn naasten. Meubelmaker pur sang die in Groningen en omgeving meer dan honderd cafés heeft voorzien van een door hem ontworpen en vervaardigd interieur. De inrichting van een klassiek bruin café was bij hem in goede handen.

En zo rolde Willem in het vak

De eerste horecazaak die dat in Corbier zag, was De Hindelooper Kamer in zijn geboortestad Sneek. Het cafeetje wilde een nieuwe inrichting, maar dan wel eentje die oud-Hollands oogde met donkerbruine tafels, lambriseringen en een al even bruine toog met achterkast. Moet je Willem vragen, zong het toen al rond. En zo rolde Willem in het vak.

Hij groeide op als jongste van zes kinderen in een katholiek gezin. Zijn vader was machinist bij een stoomgemaal. Al vrij jong stond Willem op eigen benen: toen hij 18 jaar was, stierf zijn vader.

Hij had de ambachtsschool al afgerond en werd meubelmaker, een vak dat hij van nature in de vingers had. Met het grootste gemak hanteerde hij duimstok, hamer en spijkers en zette tafels en kasten in elkaar.

In het café was hij een graag geziene gast

Dat hij hele cafés bij elkaar kon timmeren, zou later zijn specialisme blijken. Eerst legde Corbier zich nog toe op het opknappen van oude houten schepen – in zijn jonge jaren pakte hij alles aan. Hij ging voor een baas aan de slag, zoals Korenbrander voor wie hij barretjes timmerde, installatiebedrijf Fridina en een timmerfabriek in Buitenpost.

Ondertussen was hij graag in het café waar hij jan en alleman kende, met iedereen praatte en waar hij vrolijkheid bracht. In een klein café in de Oosterpoort ontmoette hij eind jaren 60 Alja met wie hij menig potje damde voor ze verkering kregen, gingen samenwonen, trouwen en met wie hij kinderen kreeg. Ze viel voor zijn vriendelijkheid, z’n open blik en z’n humor. Samen kwamen ze veel in jazzcafé De Koffer in de Oosterstraat.

Corbier hield van muziek, hij draaide altijd platen. Samen met Rob Meyst richtte hij MC Systems op. Meyst bouwde de luidsprekers, Corbier de kasten eromheen.

Na Cum Laude volgden vele cafés

In 1983 begon hij voor zichzelf. Corbier Betimmeringen doopte hij zijn bedrijf en het eerste cafeetje in Groningen dat hij voor zijn rekening nam, was Cum Laude in de Haddingedwarsstraat. Het was van Lacko Benedek en samen zorgden ze ervoor dat het piepkleine kroegje van top tot teen oogde als een doorleefd bruin café.

alloze cafés en restaurants in Groningen volgden. Van Brussels Lof tot De Eerste Kamer, van Het Koetshuis tot de Wolthoorn tot de Pintelier en Hotel de Ville. De Kale Jonker, Tante Truus, De Sleutel en De Sigaar – allemaal zijn ze op z’n Corbiers ingericht en allemaal hebben ze tafels, lambriseringen, barren en achterkasten die Corbier en zijn medewerkers maakten. Net als restaurant Bussemaker in Exloo, café Boonstra in Peize en het Brinkhotel in Zuidlaren.

Typisch Corbier? Een tassenhaakje onder de bar, zodat dames hun tas daar kwijt konden. Of een onzichtbare verlenging van de zogenaamd stokoude bar in de Wolthoorn. Geen mens die het opmerkte, want Corbier plaatste de nieuwe bar als het café gesloten was. Ging de deur open, dan was het of er niets was veranderd.

Uitstapje naar stadskasteel Oudaen in Utrecht

Hoe hij het fikste? Hij schetste op zijn manier het hele café met z’n nieuwe inrichting op een bierviltje. Verder had hij voornamelijk in zijn hoofd hoe hij het voor ogen had, waaraan hij nogal koppig vasthield en waarop zijn klanten maar moesten vertrouwen. Voorts ging hij nauwkeurig aan de slag in zijn werkplaats met zijn team van meubelmakers en vakmensen. Was de boel klaar, dan zetten ze gezamenlijk de nieuwe café-inrichting in een mum van tijd op z’n plek. Ter plekke maakte hij de bar passend.

Wat hij in Groningen en op Ameland voor elkaar bokste, bleef niet onopgemerkt in de rest van het land. Hij werd gevraagd om het interieur van stadskasteel Oudaen in Utrecht in oude luister te herstellen: alles moest het jaar 1800 ademen. Corbier was trots op de klus en het resultaat.

Desalniettemin sloeg hij met zijn bedrijf niet zijn vleugels uit. Hij vond dat er werk genoeg was in het Noorden en hij was ten diepste niet geïnteresseerd in geld. Zijn vrouw deed de boekhouding en zag erop toe dat nonchalante kroegbazen de rekeningen betaalden.

Hij vond het mooi genoeg als hij maar voldoende verdiende om z’n eigen boot te kunnen bouwen en varen. In 1999 kocht hij een casco motorboot van krap 12 meter waarin hij in kersenhout het complete interieur timmerde. Hij ging er lekker mee varen in Friesland, want met varen en schaatsen was hij groot geworden.

Even voelen of er geen scherpe randjes aan zaten

Later, toen hij gestopt was met zijn bedrijf, verkocht hij de boot. Samen met zijn vrouw verkende hij de wereld: ze reisden naar Argentinië en Namibië, naar China en Australië en alles ertussenin. Steeds maakte hij nieuwe plannen en overal waar hij kwam trad hij de wereld met open vizier tegemoet.

En waar hij ook aan de bar stond of aan tafel zat, hij kon het niet laten om zijn handen langs de randen van het houten blad te laten gaan. Even voelen of er geen scherpe randjes aan zaten. Beroepsdeformatie.

Een paar jaar geleden kreeg Corbier het aan zijn hart, daarna kwam er een ernstige ziekte overheen. In november overleed hij op 77-jarige leeftijd.

 

Bron : Dagblad van het Noorden, 14 april 2024. Foto : eigen foto.