Terug
In memoriam

Waarschijnlijk liep niemand zo snel een rondje om Ameland als Mario (86) uit Hollum

Waarschijnlijk liep niemand zo snel een rondje om Ameland als Mario Bunicich. Hij begon er al mee toen het latere échte ‘Rondje Ameland’ nog niet eens bestond, en ging tot op hoge leeftijd door.

Zichzelf uitdagen, hard voor zichzelf zijn, zijn lichaam testen: Bunicich ten voeten uit. Hij overleed eind april, 86 jaar oud. Niet dat hij nou spijkerhard was. Mario Bunicich had een sociaal hart en stond altijd voor zijn familie en anderen klaar.

Over gevoelens sprak hij niet graag: hij liet zijn affectie liever blijken door iets voor een ander te doen. Stond het gras van de overburen te hoog, dan ging Mario het maaien. Bedankjes wuifde hij weg.

Al jong leerde Bunicich met ontberingen omgaan. Hij werd geboren in de bitterkoude januarimaand van 1938. Met zijn ouders, broers en zus woonde hij in een oude, tochtige woning op de Westhoek in Hollum. Later terugkijkend kon hij zich moeilijk voorstellen hoe zijn ouders hun kinderen die winter warm hielden.

Het huis waar Mario Bunicich opgroeide, in Westhoek bij Hollum.

Toen hij negen jaar was, brak hij zijn been. Het betekende drie weken in het ziekenhuis in Leeuwarden voor de kleine Mario, met amper bezoek. De veerboot voer toen nog op tij, en dus was even op en neer vanaf Ameland op één dag zo goed als onmogelijk. Het kostte hem maanden revalidatie en een jaar school.

Thuis moesten de kinderen al op jonge leeftijd meehelpen. ‘s Zomers toog het gezin vijf uur ‘s ochtends naar het aardappelland om onkruid te wieden. ‘s Winters zorgde iedereen dagelijks voor een volle mand hout voor het fornuis.

Tijd voor avontuur

Op zijn veertiende ging Mario van school. Zijn moeder had een baantje bij de melkfabriek geregeld, als assistent-kaasmaker. Soms leek het wel eens alsof zijn moeder een arbeidsbureau voor haar kinderen was, zei Bunicich ooit.

Tijdens zijn puberteit werkte hij zeven dagen in de week van ‘s morgens vroeg tot twee uur ‘s nachts, en van vrijdag op zaterdag en op feestdagen de hele nacht door.

Tijd voor avontuur was er toch ook: als jonge jongen ging hij met vrienden in een zelfgemaakt bootje de zee op richting het Westgat, waar een Afrikaans schip gestrand was. Ze dachten dat er iets te halen viel.

Bij flinke stroming en een harde oostenwind werd het een hachelijk avontuur; het schip zouden ze nooit bereiken. Hun bootje maakte water, pas middenin de nacht kwamen ze weer op Ameland aan.

Mario Bunicich tijdens zijn diensttijd.

De broer van zijn latere vrouw Tine koppelde Bunicich aan haar. De twee kregen verkering. Na zijn militaire dienst – waar hij het tot korporaal schopte en zijn conditie soms ook flink op de proef werd gesteld – trouwden ze, en ging hij weer aan het werk bij de melkfabriek.

Familienaam

Mario Bunicich hield van fysiek bezig zijn. Hij voetbalde vanaf zijn tiende bij Amelandia en mocht graag schaatsen. Van motoren hield hij ook, jarenlang bezocht hij de TT in Assen – wel vijfenvijftig keer – en hij ging ook naar buitenlandse races.

De snelheid van de motoren, zijn militaire dienst: Bunicich kon er met zijn liefde voor uitdagingen zijn hart ophalen. Toen hij 31 was, ging hij aan de slag bij Rijkswaterstaat bij de peil- en meetploeg. Hij bracht waterwegen en kustlijnen in kaart.

Het schip van Rijkswaterstaat waarop Mario Bunicich werkte.

En ook daar zocht hij de spanning: vanuit een vliegtuigje maakte hij foto’s van de Amelander kustlijn. Het vliegtuig hing op zijn kant, de deur was eruit gehaald en Bunicich hing in dat gat met een fotocamera.

Met Tine reisde hij graag. Bijkans de hele wereld over. Eén van de reizen werd ook een zoektocht naar zijn eigen geschiedenis; de familienaam stamt uit Kroatië. Vandaaruit was Bunicich’ grootvader ooit richting Amerika vertrokken. Dat land werd hij weer uitgezet, hij belandde in Amsterdam en trouwde een Amelandse vrouw.

Hun jongste zoon werd zeeman, sprong voor de kust van Ameland van boord en zwom naar het eiland. Hij had er een meisje leren kennen.

Politiek

In Kroatië en later ook Italië troffen ze tijdens vakanties meerdere familieleden. Een hele belevenis vond Bunicich dat.

Het werken en reizen was voor Mario en Tine een welkome afleiding van een groot verdriet. Meerdere zwangerschappen eindigden te vroeg. Acht jaar lang leefde het paar in spanning en hoop of het ooit nog ging lukken. Het mocht niet zo zijn. Dat het op het eiland en in hun eigen familie zo vaak over kinderen ging, vonden ze best zwaar.

Begin jaren tachtig belandde Bunicich in de politiek voor de PvdA. Hij zat achtentwintig jaar in de gemeenteraad. In 1986 draaide hij warm voor de Elfstedentocht: hij vond zelf dat hij een onvaste slag had en stond avonden achter elkaar in het pikkedonker en harde wind op de ijsbaan om conditie op te bouwen. De tocht moest hij uiteindelijk laten schieten vanwege een aangezichtsverlamming.

Wandelen

Ongeveer vanaf zijn zestigste kreeg hij lol in het wandelen. Het rondje Ameland liep hij misschien wel bijna twintig keer en ook de Kennedy Mars en Slachtemarathon volbracht hij meermaals. Langs de Slachte zag hij eens een spandoek met daarop de tekst ‘Als je de eerste stap niet zet, dan zul je nooit de finish halen’. De spreuk bleef hem bij.

Na zijn pensioen vulde hij zijn dagen met vrijwilligerswerk bij zorgcentrum De Stelp, sportevenementen op het eiland en kleine klusjes voor wie het maar nodig had. Na een longontsteking afgelopen winter belandde hij zelf in De Stelp. Zijn lichaam kwam deze laatste beproeving niet meer te boven.

Bron : Leeuwarder Courant, 6 juni 2024. Foto : Jan Spoelstra